
Rijindruk Triumph Tiger
De lancering van de Triumph Tiger kon voor ons niet op een slechter moment plaatsvinden dacht ik toen ik in de vroege uurtjes vertrok naar Marche-en-Famenne waar de motor aan de pers zou voorgesteld worden. Met een tenniselleboog en een verrekte rugspier op een grote, krachtige all-road rijden zou wellicht niet meevallen. De Tiger had op mij bovendien altijd een indruk nagelaten van een ietwat ruwe, zware motorfiets, waarmee ik tot nu toe nog niet gereden had. De mist die het landschap bedekte maakte mijn stemming er niet beter op, maar wat moet, moet, het leven van een testrijder gaat echt niet altijd over rozen…

Ruim op tijd kom ik in Marche-en-Famenne aan. De zon komt net de mist doorbreken en geeft het landschap een ietwat vakantieachtige sfeer. Ik vind in het industriepark van Famenne al gauw de gebouwen van Boudoux Sport, de Triumph dealer waar de voorstelling zal plaatsvinden. De afmetingen van het spiksplinternieuwe complex en de smaakvolle, uiterst nette inrichting ervan laten me even versteld staan. En dat voor een exclusieve Triumph dealer, denk ik bij mezelf, hier moet het Engelse merk wel héél geliefd zijn.
Ik wordt er hartelijk ontvangen door een gedeelte van de groep mensen die de Triumph-kleuren in de Benelux verdedigen. De ploeg bestaande uit Edwin Belonje, Mark Reul en Zwier Groot Roessink mag dan wel slechts officieel vanaf 1 juni van start gaan als Triumph Benelux B.V., ze zijn duidelijk nu reeds hard aan de weg aan het timmeren om de nieuwe Engelse motorfietsen aan de pers voor te stellen. Op de parkeerplaats voor de zaak staan een negental Tigers netjes op een rij opgesteld. Ik sla mijn been over één van die motoren en zet hem recht op zijn wielen. Ietwat verbaast over het feit dat dat heel gemakkelijk gaat stap ik terug af en mompel bij mezelf dat er misschien toch nog kans bestaat dat ik de testrit aangenaam zal vinden, ondanks de rug- en elleboogpijn die me onophoudelijk kwelt.

Een uurtje later
zijn mijn collega’s van de motorpers aangekomen en neemt Edwin Belonje het woord.
Hij heet ons welkom en vertelt ons dat de stuurgeometrie van de Tiger tegenover
zijn voorganger is aangepast, dat de veerkarakteristiek zowel voor-als achteraan
is veranderd en dat de motor voortaan met gietwielen en tubeless banden zal
geleverd worden. Ook voegt hij er meteen aan toe dat elke nieuwe Tiger geleverd
zal worden voorzien van een bagagerek, een kofferset, een middenbok en
elektrisch verwarmde handvatten. De reden daarvoor is dat de Tiger zich
momenteel meer dan ooit in het gamma profileert als een avontuurlijk getinte
reismotor. En gelijk hebben ze daar bij Triumph: van al die grote trails komen
we er tenslotte heel wat tegen op reis, maar slechts uiterst zelden op
onverharde wegen. Wanneer niemand nog vragen blijkt te hebben is het tijd om ons
klaar te maken voor de kennismakingsrit met de Triumph Tiger in zijn 2004
uitvoering. Haastig schieten we in ons motorplunje en zonder rekening te houden
met het feit dat mijn rug onderhand zo stram en hard aanvoelt als de strijkplank
van mijn moeder, maak ik me meester van een zilverkleurig exemplaar. Monsieur
Boudoux, die de streek rondom Marche-en-Famenne natuurlijk kent als de voering
van zijn binnenzak, zal ons voorrijden op een rit van ongeveer 150 kilometer.
Met de tanden op elkaar vat ik de rit aan en nestel me in het midden van de
groep.

Al na enkele
kilometers merk ik dat ik de Tiger altijd al verkeerd heb ingeschat. De
driecilinder laat zich ondanks zijn onorthodoxe motorconfiguratie heel
gemakkelijk sturen en ik heb echt niet de indruk dat ik met een barse compagnon
aan dit avontuurtje ben begonnen. Soepel en krachtig wegtrekkend, en dit zelfs
vanuit de laagste toerentalregionen, toont de triple zich van zijn beste kant en
ik kan dan ook snel opschakelen naar de hogere versnellingen en schakellui mijn
collega’s volgen. Wanneer de eerste serie bochten zich aanmeldt –we zijn
inmiddels al op een typisch Ardeens stuurbaantje beland- merk ik dat ik erg
weinig werk moet leveren om de Tiger door de bocht te sturen. Gelukkig maar,
want mijn elleboog en rug laten me voortdurend weten dat ik misbruik aan het
maken ben van hun bereidwilligheid. Gaandeweg groeit het vertrouwen in de Tiger,
maar in een snelle bocht, die voorzien is van nog maar eens een bedenkelijk
uitziend wegdek, begint het stuur van de motor lichtjes te wiegen. Ietwat
terughoudender werk ik deze sectie van het parcours af en laat me naar de staart
van de groep afzakken. Ondertussen werk ik mijn testschema verder af. Remmend de
bocht insturen gaat zonder problemen en ook de voorrem bedienen met de motor
onder hellingshoek is niet voldoende om de Tiger uit zijn lood te slaan.
Ongemerkt is het tempo intussen weer gestegen en de Tiger houdt deze keer het
hoofd wel koel. De kleine nervositeit die ik daarvoor registreerde was dan ook
waarschijnlijk een toevalstreffer. Een steentje op de weg is tenslotte al
voldoende om het voorwiel even een stapje opzij te laten zetten, zeker met de
banden voor gemengd gebruik waarop de Tiger staat.

Na de koffiestop
gaat de meute weer van start om het tweede deel van de testrit af te leggen. Heb
ik meteen de kans om me nu volledig te concentreren op de afstelling van de
vering, die volgens de Triumph mensen ingrijpend veranderd is. De voorvork komt
als eerste aan de beurt, dus rem ik zo vaak mogelijk hard met de voorrem en
probeer daarbij uit hoe de voorvork zich onder deze behandeling gedraagt.
Volgens mijn collega’s had de oude Tiger onder die omstandigheden wel eens last
van een te snel inverende voorkant, maar daar is op dit model niets van te
merken. Mooi progressief comprimeert de voorvork en dit ondanks de weinig zachte
behandeling –de remmen van de Tiger bijten écht hard als je dat verlangt- die we
de motor voorschotelen. De andere veerkarakteristiek werpt duidelijk zijn
vruchten af want nooit kwam de motor op zijn neus te staan –wat we ook
probeerden- en nooit sloeg de vork door. Zelfs niet toen we opzettelijk heel
hard en kort in de remmen gingen knijpen.
Verderop wachtte ons een opeenvolging van sterk geaccidenteerde wegen –goed
gekozen met het oog op de aangepaste veerafstelling- waarbij de tijd was gekomen
om zowel het comfort als het weggedrag op minder goede wegen onder de loep te
nemen. In plaats van de kuilen en bulten zoveel mogelijk te ontwijken, zorgden
we er nu voor dat die net wel in onze rijlijnen voorkwamen. De Tiger verteerde
deze gedragswijziging zonder ook maar een krimp te geven en bleef steeds mooi
het door ons voorziene traject volgen. Opmerkelijk daarbij was dat we de
schokken die de oneffenheden normaal gezien opvolgen maar nauwelijks opmerkten
vanuit het zadel. De vering bleek dus in staat te zijn de motor stabiel te laten
sturen en de bestuurder van het nodige comfort te voorzien. En dat kom je maar
uiterst zelden tegen met de standaardafstelling van de veerelementen

Tevreden dat we,
ondanks de slechte start die de dag had genomen, toch het testprogramma zonder
problemen hadden weten af te sluiten, kwamen we bij het eindpunt van de testrit
aan. Toen ik terug met beide voeten op de begane grond stond merkte ik voor het
eerst dat ik tijdens het tweede deel van de testrit helemaal niet verkrampt op
de motor had gezeten. De uiterst vlotte manier waarop de Tiger zich had laten
sturen had zeker geen zware belasting op mijn pijnlijke lichaamsdelen gelegd en
daar was ik de Tiger en zijn ontwerpers opeens heel dankbaar voor. Een barse
motor die Tiger? Volgens mijn ervaringen met het 2004 helemaal niet. Een echte,
ver doorgedreven testrit van meerdere honderden kilometers met en zonder
passagier en al dan niet voorzien van bagage dringt zich zeker op. Het wordt met
andere woorden hoog tijd dat we eens een nieuwe Tiger in huis halen en die eens
héél grondig aan de tand gaan voelen. Kunnen jullie daarop niet wachten, dan
moeten je zelf maar eens Tiger gaan proefrijden. Momenteel zijn er heel wat
dealers die testdagen inrichten en héél het gamma –dus ook de spiksplinternieuwe
Tiger- ter beschikking hebben. Gratis en voor niks… Als de bliksem dus naar de
dichtstbijzijnde Triumph-verdeler om je proefrit te gaan vastleggen!